Voorpublicatie: Cirkels en rechte lijnen

1 maart 2016 | Nederlanders communiceren zeer direct en lang niet iedereen vindt dat aangenaam. Een recent Volkskrant interview met de Chinese eigenaar van ADO Den Haag illustreert dat. In het stuk uit ADO-baas Wang Hui zijn ongenoegen over de communicatie met zijn voetbalclub.
Mijn boek ‘Cirkels en rechte lijnen’ is verschenen bij Brave New Books in Amsterdam. Het boek wil obstakels in de communicatie tussen Nederlanders en Chinezen uit de weg ruimen. Hier een voorpublicatie.

Ja en nee
‘Kom je vrijdag ook naar het afscheidsetentje?’ vraag ik in een e-mail aan een Chinese collega. Het antwoord luidt: ‘Oh, wat ontzettend leuk. Ik wil die groep journalisten echt heel graag nog een keer zien. Ik doe mijn best om te komen.’
Als ik dat antwoord laat lezen aan een Nederlandse collega is de conclusie: ‘Die komt wel.’ Ik trek een heel andere conclusie: op een uiterst beleefde Aziatische manier wordt hier gezegd dat ik vooral niet op haar komst moet rekenen.
Nu we hebben kennis gemaakt met wat basisbeginselen van de Chinese cultuur, gaan we kijken naar communicatie. Welke invloed heeft cultuur bijvoorbeeld op de op het eerste gezicht zo simpele woorden: ‘ja’ en ‘nee’?

Ja = nee
Een apart woord voor ‘nee’ bestaat niet in het Chinees. Dat is een veelzeggend verschil met het Nederlands. In de Chinese taal koppel je de ontkenning aan het werkwoord om aan te duiden dat je iets niet wilt/kan/doet: je zegt dus ‘niet willen’ of ‘niet kunnen’ of ‘niet doen’ in plaats van ‘nee’. Maar als je alleen die twee woorden gebruikt, klink je nogal bot. Voor beleefd nee zeggen, heb je meer woorden nodig.

Er zijn talloze manieren om op een beleefde manier nee te zeggen. Als je een Chinees om een gunst vraagt, zal die proberen te voorkomen om dat op een directe manier af te wimpelen. Het antwoord luidt dan: ‘Ik zal erover nadenken.’ Als je een dag later vraagt of zij het al weet, is de kans groot dat je een niet-begrijpende blik als antwoord krijgt. ‘Ik had toch al gezegd dat het niet uitkwam’ denkt de Chinese collega, terwijl de Nederlander echt meent dat de ander even bedenktijd nodig heeft. Antwoorden als ‘Het komt niet zo goed uit’ of ‘Ik zal erover nadenken’ betekenen voor de meeste Chinezen gewoon ‘nee’. Niet zo bot als een Nederlander het formuleert, maar net zo duidelijk. Tenminste, voor de goede verstaander.

Nederlanders beroemen zich om hun directheid. Recht-door-zee of zeggen-waar-het-op-staat, heet dat. Een voordeel daarvan is dat je niet voor verrassingen komt te staan, dat er geen onduidelijkheid is of iemand bijvoorbeeld wel of niet komt. Bij het plannen van een etentje weet je precies waar je aan toe bent en voor hoeveel personen je moet reserveren. Ook Nederlandse restaurants stellen dat op prijs. Als je reserveert voor tien personen en je komt met z’n achten of twaalven, dan wordt in Nederland al snel een wenkbrauw opgetrokken of wordt er fijntjes gevraagd of je het correcte aantal niet even had kunnen doorgeven.

Een nadeel van die Hollandse directheid is dat die in veel andere culturen over komt als een klap in het gezicht. Op veel plaatsen heerst een sterke voorkeur voor de zachtheid van het spreken met omtrekkende bewegingen, in cirkels. Het wordt gewaardeerd als je veel vriendelijke woorden gebruikt die een wat mistig beeld creëren. Dan weet je weliswaar niet precies waar je aan toe bent, maar waarom zou dat een probleem zijn? Hoe erg is het als je niet exact weet hoeveel mensen er komen? Een elastisch aantal gasten is in een Chinees restaurant geen punt. Snel worden er wat rijstkommetjes en eetstokjes bijgezet of weggehaald. Niks om je druk over te maken.

Nee = ja
Het kan ook andersom: dat er nee wordt gezegd, terwijl iemand iets graag wil. Dat kan gebeuren als je iemand uitnodigt voor een diner. De eerste en misschien ook wel de tweede keer wordt de uitnodiging afgeslagen. Dat is een vorm van beleefdheid. Gewoon volharden en nog een keer, met gepaste nadruk, vragen is dan een passende reactie. Maar zeker als je iemand nog niet goed kent, kan het gevoel blijven knagen of je iemand niet teveel onder druk zet.

Een ander voorbeeld is de eeuwige strijd om het betalen van de rekening in een restaurant: ‘Nee, ik betaal,’ wordt nadrukkelijk gezegd, ook als eigenlijk verwacht wordt dat jij de nota voor je rekening neemt. Eerlijk gezegd vind ik dat na al die jaren nog steeds lastig. Als het even kan neem ik het initiatief om de rekening te betalen. Daar wordt door Chinese vrienden altijd over gesputterd. Een klein beetje tegenstribbelen, daar kan ik goed mee omgaan, dan betaal ik gewoon. Als de ander enorm blijft aandringen, vind ik het lastig worden. En dat gebeurt maar al te vaak, ook door mensen die weinig geld hebben.

Strategieën
Inmiddels heb ik verschillende strategieën ontwikkeld om etentjes te kunnen betalen. Zelf de reservering maken helpt, dan krijg je meestal ook de rekening gepresenteerd. Afspreken in een moderne koffie-met-taart-gelegenheid, waar je van tevoren aan de balie kan bestellen en betalen (en dan zorgen dat jij de bestelling doet). Of na afloop van een diner meteen naar de counter lopen om de rekening te vragen en te betalen (dat lukt soms). Of (geheel ingaand tegen de heldere Hollandse communicatiestijl van ‘als je één keer ja zegt, dan is het ja’) toch drie of vier of zelfs wel vijf keer blijven volhouden dat jij deze rekening echt wilt betalen.

Bij een zakelijke uitnodiging ligt het anders. Dan wordt vaak een aparte kamer in een restaurant gereserveerd door de gastheer/vrouw en het is gebruikelijk dat die dan ook de rekening betaalt. Het is wel belangrijk om vooraf te bedenken wat je daar tegenover kan stellen. Wil je een cadeau meenemen, of een andere tegenprestatie aanbieden? Doe je dat meteen of bij een volgende gelegenheid? Het idee dat een relatie in balans (in harmonie, zeggen Chinezen) moet zijn, betekent niet dat er onmiddellijk ‘afgerekend’ moet worden. Dat is een zaak van de langere termijn. Ik bied jou nu mijn diensten aan en misschien kan ik over een jaar een dienst van jou vragen.

Zelfs mensen die al jaren in China wonen vinden het wie-betaalt-de-rekening-spel nog steeds ingewikkeld. Het is alsof je als buitenstaander de spelregels nooit helemaal in de vingers krijgt. Een Nederlandse vriendin die al meer dan twintig jaar in Beijing woont, verzucht na een lunch dat ze het heerlijk vindt om eens niet moeilijk te doen over de rekening. Op Hollands directe wijze stelt ze: ‘Jij hebt vorige keer betaald, nu is het mijn beurt.’ Geen discussie mogelijk.
Uiteindelijk moet je een manier vinden die oprecht is en die bij jou past. Als die afwijkend is van Chinese gebruiken, dan is dat in een goede relatie natuurlijk geen probleem. Bij een nieuw contact helpt het om het probleem expliciet te maken. Een grap maken, of gewoon benoemen dat je iets op een Nederlandse manier doet, haalt kou en onbegrip gemakkelijk uit de lucht.

Cirkels en rechte lijnen: communicatie tussen Chinezen en Nederlanders
ISBN 978 94 021 44550
Brave New Books
200 pagina’s
Verkrijgbaar via de boekhandel en bol.com, € 24

Illustraties: Yu Zhao design en 123rf.com

Leave a comment

name*

email* (not published)

website