Absolute macht: zelfvertrouwen of angst?

3 mei 2016 | Alles wijst erop dat partijleider en president Xi Jinping blaakt van zelfvertrouwen. Sinds Mao Zedong heeft geen Chinese leider zoveel macht gehad. Hij bekleedt vrijwel alle belangrijke posities in hoogsteigen persoon. Chairman of Everything, noemde de Economist hem onlangs spottend. In China reden om het blad meteen te verbieden. Waar zijn voorgangers de economie overlieten aan hun premier, speelt Xi Jinping op dat gebied zelf de hoofdrol. En ook op militair gebied drukt hij zijn stempel. Hij was al voorzitter van de machtige Centrale Militaire Commissie, maar afgelopen week werd speciaal voor hem een nieuwe militaire functie gecreëerd: commander-in-chief. De reden? Xi wil directe controle uitoefenen over belangrijke hervormingen van het Volksbevrijdingsleger.

Toch kan die controlezucht ook worden geïnterpreteerd als een teken van zwakte, als angst om zaken op hun beloop te laten, om mensen of markt hun werk te laten doen. Op allerlei gebieden wordt ingegrepen.

Toen de beurzen afgelopen zomer diep in het rood doken werden onmiddellijk maatregelen genomen. Het mechanisme dat ingevoerd werd om zo’n val te temperen, leidde echter juist tot paniekverkopen en werd schielijk weer ingetrokken. De verantwoordelijke ambtenaar werd ontslagen. Daarnaast heeft het rechtsstelsel de uitdrukkelijke opdracht gekregen de sociale stabiliteit te bevorderen en zijn niet-gouvernementele organisaties direct onder het ministerie van Openbare Veiligheid geplaatst. Een grootschalige anti-corruptiecampagne, waarbij volgens Chinese cijfers inmiddels ruim 750.000 mensen bestraft zijn, en het vastzetten van talloze advocaten en activisten draagt ertoe bij dat mensen zich voorlopig gedeisd houden. De openbare schuldbekentenissen over vermeende misstappen op de nationale televisie van Chinese zakenmensen, Hongkong boekverkopers en een buitenlandse ngo-medewerker versterken dat nog.

Loyale media
Ook in de media worden de teugels aangetrokken. De drie belangrijkste staatsmedia – CCTV, het persbureau Xinhua en het Volksdagblad – werden onlangs vereerd met een bezoek van president en partijleider Xi. Applaus en spandoeken met de woorden ‘onze achternaam is De Partij, wij zijn totaal loyaal’ waren zijn deel. Nu was het altijd al de taak van de media om de Communistische Partij te gehoorzamen, maar niet eerder was de opdracht om ‘van de Partij te houden en de Partij te beschermen’ zo expliciet gericht aan het adres van journalisten. ‘Partijdiscipline’ (een term die de oudere generatie zich nog goed herinnert uit de Mao-jaren) is het nieuwe credo in alle sectoren.

David de Spion
De lijst van geboden en verboden is de afgelopen weken gegroeid. De bekende video-blogster Papi Jiang had net een miljoenencontract met adverteerders in de wacht gesleept, toen haar te verstaan werd gegeven dat zij niet meer mag vloeken. Een deel van haar vlogs is offline gehaald. Middels een propagandacampagne over David de Spion wordt de Chinese bevolking opgeroepen waakzaam te zijn voor buitenlandse spionnen. Bijbehorende stripverhalen doen geloven dat Europese of Amerikaanse vrienden en collega’s er alles aan doen om geheime informatie van nietsvermoedende burgers af te troggelen.

Is Xi Jinping de rechtvaardige scheidsrechter die graag voetbal speelt en dicht bij het volk staat, zoals Chinese media hem graag portretteren? In westerse ogen zijn de glad-ogende propagandafilmpjes met aandoenlijke cartoonfiguurtjes overdreven en ongeloofwaardig, maar veel Chinezen lijken het op prijs te stellen dat China een sterke leidersfiguur heeft die zich zelfbewust presenteert. Het voedt hun trots. Voor hen heeft de term ‘propaganda’ ook geen negatieve bijbetekenis. Het is immers de taak van de overheid om informatie te verstrekken.

Ja-knikkers
De toegenomen grip op de media, en vooral op de sociale media, brengt een gevaar met zich mee. Niet zo lang geleden zeiden Chinese leiders dat ze Weibo of WeChat gebruikten om een indruk te krijgen wat er werkelijk leefde onder het volk. De recente maatregelen tonen aan dat Xi Jinping niet gediend is van kritische geluiden. Als loyaliteit belangrijker is dan feitelijke informatie – als hij zich omringt met ja-knikkers – dan mist hij belangrijke maatschappelijke signalen. Juist omdat de economie minder hard groeit, kan de ontevredenheid onder delen van de Chinese bevolking toenemen. Onderwerpen die talloze menen direct raken, zoals werkloosheid (6 miljoen ontslagen als gevolg van overproductie in staal en steenkool bijvoorbeeld), of hoofdpijndossiers als milieuvervuiling en voedselkwaliteit, kunnen tot onrust leiden. Alleen als Xi Jinping ruimte biedt aan die signalen, toont hij zich de zelfbewuste leider die hij klaarblijkelijk wil zijn.

Illustratie: cartoon Xi Dada en voetbal (Weibo van CCTV.com)
Dit artikel verscheen eerder op de website van the Hague Centre for Strategic Studies.

Leave a comment

name*

email* (not published)

website