Chinese cyberspionage zonder scrupules

4-2-2013 | Als een website traag laadt of als mijn laptop kuren vertoont, ga ik alle Chinese websites langs die ik heb bezocht. Door welke site zou mijn computer besmet kunnen zijn? En als ik in China aan op het internet zit, heb ik altijd het gevoel dat er iemand – virtueel – over mijn schouder meekijkt.

Onzin? Niet als je je realiseert hoe belangrijk China het vindt om controle te hebben over informatie. Niet alleen Chinezen zelf, maar ook buitenlanders worden in de gaten gehouden, vooral over hun contacten met Chinezen. Dat was in de 80-er jaren – toen ik in Nanjing studeerde – al zo. Brieven van buitenlandse studenten werden geopend, telefoons werden afgeluisterd en op de universiteit waren op iedere verdieping verklikkers, die rapporteerden over het doen en laten van buitenlanders.

Controle
Sindsdien is er veel veranderd. Chinese studenten en zakenlieden vliegen uit en mensen uit de hele wereld komen naar China. Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een overvloed aan informatie, maar tegelijkertijd zijn ook de mogelijkheden tot controle van die informatie enorm toegenomen.

Dat werd weer eens duidelijk toen bleek dat Chinese hackers zich toegang hadden verschaft tot de computers van de New York Times. Vooral David Barboza, schrijver van een stuk over de rijkdommen van de familie van de Chinese premier, was doelwit. Vermoedelijk waren de indringers op zoek naar informatie over zijn Chinese bronnen. Die hebben ze niet gevonden, want Barboza baseerde zich op officiële Chinese documenten. Ook andere Amerikaanse media bleken doelwit van Chinese hackers te zijn geweest.

Militair en economisch
De digitale spionage concentreert zich niet alleen op de media, maar ook op militaire en economische doelwitten. Het Pentagon, het militaire bureau van het Witte Huis en verschillende bedrijven in de defensie-industrie zijn doel geweest van cyber aanvallen uit China. Diefstal van geavanceerde kennis van militair materieel bespoedigt het ontwikkelen van de eigen industrie en cyberaanvallen kunnen verwoestende effecten hebben. Het Chinese leger heeft er een speciale afdeling voor opgericht.

Economische spionage levert voordeel op in onderhandelingen. Computers afkomstig uit China drongen binnen bij Coca Cola, net toen dat een Chinees bedrijf wilde kopen. De deal werd afgebroken. Chinese delegaties zouden tijdens bezoeken aan de VS en Europa besmette USB sticks uitdelen om informatie te verkrijgen. Soms is het doel van de spionage bij bedrijven niet economisch, maar politiek. In het geval van Google bleken Chinese hackers op zoek te zijn naar e-mails van mensenrechtenactivisten. Dat was voor Google reden om te vertrekken uit China.

Chinees Nieuwjaar
Ook andere landen maken zich schuldig aan militaire en economische spionage, maar de schaal waarop China dat doet is ongekend, met een enorm leger van hackers. De maandenlange spionage bij de New York Times vond, net als veel andere bekende incidenten, plaats tijdens Chinese kantooruren. Webanalisten melden dat het volume van internetaanvallen wereldwijd halveert in de periode rondom Chinees Nieuwjaar.

Op beschuldigingen van cyberspionage melden Chinese woordvoerders steevast dat China zelf ook slachtoffer is van hacking en dat het onverantwoordelijk is om te concluderen dat China erbij betrokken is. Niet echt een glasharde ontkenning dus.

Wantrouwen
Het breed uitgemeten verhaal over de spionage bij de New York Times lijkt vooral negatieve gevolgen te hebben voor China zelf. Het internationale wantrouwen is gevoed, ondanks inspanningen van andere Chinese instanties om een positief imago te scheppen. De behoefte om informatie volledig te controleren heeft weer gezegevierd. Niet alles in China is veranderd.

Deze column verscheen eerder bij HCSS.

Leave a comment

name*

email* (not published)

website