Teleurgesteld over een 8½

15 augustus 2016 | De studenten kijken me teleurgesteld aan. De schrijfopdracht voor het vak Cross-culturele Communicatie heb ik de avond ervoor nagekeken. Ieder van de 25 studenten heb ik persoonlijk een mail gestuurd met feedback en hun cijfer. Lopend naar de collegezaal op de groene campus van de Xiamen Universiteit (‘de mooiste van China’) komt een student naast me lopen. Ja, hij vindt het een erg leuk college, zegt hij beleefd. Maar heel voorzichtig vraagt hij daarna waarom hij maar een score van 85 (van de 100) heeft voor zijn paper. Wat heeft hij verkeerd gedaan? Dat blijkt ook de vraag van de meeste andere studenten.

In Nederland ga ik meestal uit van een gemiddelde score van 7. Als studenten een originele invalshoek hebben, bijzonder goede bronnen hebben gevonden, de theorie mooi verwerken in hun verhaal en de materie uitstekend analyseren, dan komen ze op een 9. Alleen in een uitzonderlijk geval haalt iemand een nog hoger cijfer. Die 85 is in mijn ogen dus een prima cijfer.

Verbazing
Ik stel mijn Chinese studenten dus de vraag: welk cijfer halen studenten in Nederland gemiddeld, denken jullie? Onmiddellijk gaat er een vinger omhoog. ‘90’. De anderen knikken instemmend. Als ik zeg dat het gemiddelde eerder rond de 70 ligt, zakken hun monden open van verbazing. ‘Dus ze vindt mijn paper zo slecht nog niet,’ hoor ik ze bijna denken. Als ik daarna zeg dat dit cijfer maar voor 20% meetelt en dat ik me voor vervolgopdrachten meer aan de Chinese norm zal houden, halen ze opgelucht adem. Hun eerste lesje cross-culturele communicatie deed een beetje pijn.

Ook op een ander vlak wijk ik af van wat gangbaar is in China. Interactief college geven is duidelijk niet de norm. Steeds weer stel ik vragen aan de groep. Eerst durft alleen mijn student-assistent antwoorden te geven, maar daarna gaan aarzelend ook andere vingers omhoog. Vooral als ik benadruk dat er geen ‘foute’ antwoorden zijn.

Enge presentatie

De groepspresentaties in het Engels gaan onverwacht goed. Ze bereiden zich serieus voor en iedereen komt aan bod. Opvallend is dat ze liever in een groep van vijf studenten werken dan in een groepje van drie. Dat laatste is toch makkelijker communiceren en afstemmen, zou ik denken, maar zij spreiden liever het werk – en die enge presentatie – uit over meer personen. Als ze te midden van anderen op het podium staan, durven ook de meest verlegen studenten hun zegje te doen.

Na afloop moeten er natuurlijk foto’s gemaakt worden. ‘Ik hoop dat ik me volgende keer eerder over mijn verlegenheid kan heen zetten,’ laat een studente na afloop weten. En een ander schrijft: ‘Chinezen uiten zich niet zo direct, daarom waren we eerst stil. Maar uiteindelijk vond ik de groepspresentatie en gemeenschappelijke oefeningen het allerleukst.’

Leave a comment

name*

email* (not published)

website